Als je denkt aan de eerste geluidsopname denk je waarschijnlijk aan de fonograaf van Thomas Edison. Met zijn uitvinding uit 1877 kon hij geluid opnemen en afspelen en werd daardoor wereldberoemd. Maar iemand was Edison voor. 17 jaar eerder werd een stem vastgelegd maar niemand kon hem horen. Pas 148 jaar later, in 2008 kwam deze stem eindelijk tot leven.
Het schrijven en lezen van geluid
Édouard-Léon Scott de Martinville was drukker en uitgever. Door zijn werk kwam hij in een boek een afbeelding tegen van hoe het menselijk oor werkt. Dat bracht hem op het idee om trillingen van geluid om te zetten naar mechanische trillingen en het daardoor zichtbaar te maken op papier. Hij hoopte zelfs dat als je geluid kon zien, het ook zou kunnen bestuderen en zelfs zou kunnen lezen! Dit zou het werk van stenograven een stuk makkelijk maken. In die tijd werd in bijvoorbeeld de rechtbank nog alle spraak nog met de hand genoteerd. In 1857 vroeg hij patent aan voor zijn fonautograaf die hij de jaren daarna steeds weer zou verbeteren.

Hoe de fonautograaf werkte
Het apparaat bestond uit een hoorn om geluid op te vangen met daarin een membraan dat ging trillen wanneer er geluid tegenaan kwam. Aan het membraan zat een dunne naald die bij elke trilling van lucht bewoog. De naald liet een spoor achter op -eerst een glasplaat en later een ronddraaiende cilinder met papier bedekt met een dun laagje roet. Het resultaat was een afbeelding van golfjes en kronkels, een eerste vorm van geluidsgolven. Een echte geluidsopname was het niet omdat je het niet kon afspelen.
De voicememos
Scott de Martinville heeft veel experimenten gedaan met het tekenen van geluid. Hij heeft hij deze “ opnames” nooit kunnen horen. Na de uitvinding van de fonograaf van Edison waren zijn experimenten al snel achterhaald en bleven zijn opnames nog anderhalve eeuw stil. Totdat wetenschappers de fonautogrammen in een archief in Parijs terugvonden.

Van kronkels naar geluid
In 2008 vonden onderzoekers van het Amerikaanse First Sounds-project de fonautogrammen. Ze waren vooral nieuwsgierig naar die met de beschrijving: Au Claire de la lune. Ze scanden de roetspoor op hoge resolutie en gebruikten software om de golfjes om te zetten in geluid.
Wat ze hoorden was een melodie waarvan de onderzoekers eerst dachten dat dit werd gezongen door een kinder- of vrouwenstem. Na het aanpassen van de afspeelsnelheid is een mannenstem te horen die een fragment zingt uit het franse liedje “Au claire de la lune”. Dit geluidsfragment, waarschijnlijk door Scott de Martinville zelf ingezongen op 9 april 1860 beschouwen we nu als eerste geluidsopname van een stem ooit.
Om te kunnen achterhalen op welke snelheid de fonautogram moest worden “gelezen” nam Scott de Martinville ook een stemvork op tijdens zijn experimenten. Een stemvork zorgt voor een constante trilling waarvan je de frequentie van de golven kunt tellen. De onderzoekers ontdekten na het publiceren van de bijzondere opnames dat Scott de golven op een andere manier had geteld dan wij nu gewend zijn met de eenheid Hertz. De afspeelsnelheid is toen naar beneden bijgesteld en de stem werd lager.
Edison laat van zich horen
De fonautograaf was dus het eerste apparaat dat luchttrillingen vastlegde, maar het lukte Thomas Edison in 1877 om geluid op te nemen maar ook hoorbaar te maken. De uitvinding van de fonograaf is het begin van alles wat later zou volgen: microfoons, grammofoonplaten, bandrecorders en uiteindelijk digitale opnames.


